 | |  | |
Extreem-midden
Het leukste aan partijcongressen zijn de absurde toverspreuken die een nieuwe koers moeten inzegenen. Zo lanceerde Alexander Pechtold begin november op het D66-congres ‘het radicale midden’. De redenering achter dit wonderlijke oxymoron is begrijpelijk. Alleen de extremen renderen. We luisteren het liefst naar grof rechts of radicaal links geschreeuw, blijkens de peilingsuccessen van PVV en SP. Wat niet heftig is moet dood. Daarom wil D66 heftig midden zijn. Intens genuanceerd.
Komende weekend congresseert het CDA, dat van z’n rechtse koers naar een linkse wil, en kennelijk nu halverwege is blijven steken, in het midden, of nee: ‘het radicale midden.’
Gij zult niet begeren uw naasten slogan. Zeker niet wanneer deze zo drastisch futloos is. Wil het echte radicale midden nu opstaan?
De opkomst van extreem-midden heeft iets meelijwekkends. Het doet me namelijk denken aan serieuze literatuur die zich omwille van de tijdgeest steevast moet afficheren als ‘bloedstollend’, ‘hartverscheurend’ en meer van die kreten die fatsoenlijke lezers zouden moeten wegjagen. Maar ja, je moet wel. Wie zich niet conformeert aan de overdrive en het superlatief zal in het moeras omkomen.
Allerlei intelligente groeperingen verkeren in eenzelfde worsteling, vooral wanneer ze afhankelijk zijn van een ‘publiek’ (politici, tv-makers, bladenmakers, musici, acteurs, kunstenaars). Ze ontkomen niet aan de troosteloze banaliteit zich te moeten framen naar de grofmazige standaarden van het massapubliek.
Wil je aan de macht komen met een reële en dus genuanceerde kijk op de wereld, dan moet je wel de wapens hanteren die je juist wilt bestrijden.
Zo spreken de gelekte CDA-stukken over ‘neigingen’ die de partij afkeurt, ‘zoals de zucht naar het snelle geld, de gemakkelijke keuze voor gemak en genot, niksigheid en platheid, ophitsing en het zaaien van verdeeldheid.’
Halleluja, riep ik meteen. Dat nieuwe CDA is zo gek nog niet. Met al die vuiligheid moet het inderdaad zo snel mogelijk afgelopen zijn! Het volgende moment las ik wat ze concreet van plan zijn. Het CDA zal hiertegen ‘krachtig stelling nemen’. Juist, zo kennen we het radicale midden weer. Excessieve niksigheid.
|
Bij het doorbladeren van ‘2083’, het meer dan 1500 pagina’s dikke pamflet van de Noorse terrorist Breivik, overkomt me soms iets ongemakkelijks. Ik merk dat ik het onwillekeurig vanuit een literaire blik lees, waardoor ik, tegen mijn zin in, over Breivik lees met dezelfde fascinatie als over, bijvoorbeeld, Raskolnikov. Die praatte immers ook zijn moord goed met een bijeengeharkt ideologisch alibitje. Andere passages van Breivik doen me denken aan het ‘sinister dagboek’ van Abel Tiffauges, de geschifte maar o zo intelligente garagehouder uit Michel Tourniers De Elzenkoning, die ook een eigenzinnig wereldbeeld creëert, net als dat van Breivik doordesemd van jongetjesromantiek (geheime clubs, schedels, handtekeningen met bloed). Soms denk ik aan Humbert Humbert, de intellectuele pedo met z’n nimfijnen-mythe. Soms (uiteraard) aan Patrick Bateman. Maar ook aan Pessoa, door het optreden van alterego’s van Breivik die zelf weer auteur zijn van een eigen genre, zoals eerder gepubliceerde blogberichten, of zelf-interviews.
Allemaal verklaarbare associaties, maar vanwaar het ongemak? Is het omdat ik met die manier van lezen toch nog waardering heb voor een product van iemand die het meest weerzinwekkende heeft verricht? Welnee, ik beaam zonder gewetensbezwaren de kwaliteiten van de poëzie van Osama bin Laden. Ik geniet van Louis-Ferdinand Celine en soms ook van Wagner: allebei antisemieten. Ik lees oneindig veel liever Gerrit Achterberg dan Jacob Cats.
Dat is allemaal niet het probleem. Misdaad staat literatuur niet in de weg. Integendeel, je kunt zelfs onderbouwen dat alle (of vooruit: veel) geslaagde romans over misdaad gaan. Meestal is er een personage dat in een dilemma raakt tussen twee morele systemen. Moet Antigone haar broer begraven en dus haar eigen geweten trouw zijn, of de staatswetten gehoorzamen, die de begrafenis juist verbieden? Moet Emma Bovary trouw zijn aan de wetten van de burgerij of die van de hartstochten? Moeten Hamlet of Bert Alberegt… enfin, u snapt het.
Vanaf het moment dat ik met literatuur in aanraking kwam, hield ik al van onverzoenlijke auteurs, van nee-zeggers, van outcast, van opstandelingen en zelfbenoemde verschoppelingen. Met instemming citeerde ik uit Arthur Rimbauds Une Saison en Enfer: ‘Als kind al hield ik van de onverbeterlijke boef die steeds weer belandt in de lik.’ Na veel drank komt nog wel eens het zinnetje bij me bovendrijven dat Rimbaud aan zijn leraar schreef in een van zijn ‘Zienersbrieven’: ‘Maintenant, je m’encrapule le plus possible.’ Op het moment leef ik er zoveel mogelijk op los. Wat moet het heerlijk zijn om de hele zooi naast je neer te leggen, radicaal nee te zeggen. De tyfus kunnen ze krijgen.
Terug naar Breivik en mijn ongemak over zijn pamflet. Zijn roman, schreef ik hier eerst, verving het, en nu staat het er toch. Want laten we eerlijk zijn: 2083 is niet heel beroerd geschreven. Je hoeft er alleen nog een goede redacteur op te zetten. Misschien is dat het onuitstaanbare: dat zo’n terrorist onmiskenbaar verwant is aan een schrijver.
Kunstenaar Damien Hirst en componist Karlheinz Stockhausen kwalificeerden de aanslagen op de Twin Towers aanvankelijk als magistrale kunstwerken, waar ze ergens wel jaloers op waren. Dat standpunt hebben ze later publiekelijk moeten terugnemen, maar dat doet niets af aan de waarachtigheid van hun spontane observaties.
Zowel een terreuraanslag als een kunstwerk is een eenzijdige boodschap aan de wereld, na jaren van voorbereiding tot stand gekomen, in één keer gelanceerd.
Terroristen begeleiden hun acties bijna altijd met brieven, of videofilms. Je zou aanslagen kunnen zien als een extreme vorm van het veroveren van een lezerspubliek, een hoogst opvallende, afgedwongen perspresentatie van een pamflet. Ook Osama Bin Laden beschouwde terrorisme naar eigen zeggen als een manier om ‘redevoeringen te verspreiden.’ Niemand zal ontkennen dat die methode effectiever is dan het lokken van journalisten met gratis bier op een boekpresentatie. Hoeveel had Breivik niet verdiend kunnen hebben aan z’n boek als hij het in de verkoop had gedaan?
Misschien is het genre een belangrijk verschil: redevoerigen, pamfletten, manifesten. Terroristische stellingen tegenover literaire dilemma’s. Bij Breivik is er geen spoor van een dilemma tussen morele systemen. Hij poneert en onderbouwt domweg een particulier, radicaal en eenduidig moreel systeem. Dat doen personages soms ook, maar daar zijn het ficties, literaire constructies die lezers juist uitnodigen om ze te toetsen aan hun eigen wereldbeeld, waarmee ze indirect alsnog een dilemma uitbeelden.
Waar de terrorist een verandering in de fysieke realiteit wil afdwingen, is voor de schrijver het domein van de fictie afdoende: een roman ondervraagt de constructies waarmee we de wereld bezien; de fysieke werkelijkheid en de samenleving gaan vervolgens hun gang maar. De terrorist neemt de werkelijkheid zelf als decor voor zijn schouwspel, dat zo extreem is dat je het impulsief door dezelfde afdeling van je hersenen laat verwerken als fictie. ‘Net een film!’ riepen we na 9/11. Net literatuur, roep ik bij 2083.
Net. En spijtig genoeg ook net niet.
Christiaan Weijts
|
Donnerleaks.nl
Waarschijnlijk is het even ondergesneeuwd geraakt onder alle vergeldingseuforie van deze week, anders waren we vast wel de straat op gegaan om te demonstreren tegen minister Piet Hein Donner (CDA).
Die wil de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) gaan aanpassen. De WOB is de pepperspray van de persvrijheid: als een overheid écht volhardt en stukken geheim blijft houden die wettelijk gezien openbaar horen te zijn, kan de journalist naar dit wapen grijpen en toegang afdwingen.
Dat die overheid dat onplezierig vindt, is duidelijk. Maar Donner — die niet voor niets al honderdachtentwintig kabinetten lang de meest arglistige en doortrapte politicus van ons land is — zal dat nooit publiekelijk erkennen. Daarom gooit hij het over een andere boeg, en klaagt hij: „Tientallen ambtenaren hebben nu vaak een dagtaak aan de behandeling van de WOB-aanvragen. Dat is het gevolg van het schot hagel dat journalisten op de overheid afvuren in de hoop dat een korreltje een primeur oplevert. Dat vind ik geen efficiënte tijdsbesteding. In die situaties wil ik optreden.”
Z’n ambtenaren hebben het te druk met informatie naar de pers mailen, en zouden hun tijd beter kunnen besteden aan het afschermen ervan, het opwerpen van rookgordijnen, en aanverwante kerntaken.
Dat de noodzaak van de WOB alleen maar toeneemt bewijst de lancering van Blekerleaks.nl, waarin een natuurstichting ambtenaren oproept om informatie over het natuurbeleid te lekken. Het departement van die joviale staatssecretaris Henk Bleker (CDA) blijkt namelijk even attent als een bonk graniet, als het aankomt op informatieverstrekking. Zelfs een simpele toespraak geven ze niet.
Wrange ironie: juist de overheid die genadeloos veel van ons wil weten — vingerafdrukken opslaan, telefoons afluisteren, kentekens registreren, patiëntgegevens opslaan, de lijst groeit maar door — weigert zelf openheid te geven. De persvrijheid is de volgende bedreigde vrijheid onder het nieuwe liberalisme.
Doortrapt als Donner mag zijn, één effect ziet hij over het hoofd. Juist door die geslotenheid gaan ze een voor een online: Hillenleaks, Rosenthalleaks, Opsteltenleaks, Schultzvanhaegenmaasgeesteranusleaks, en ja, ook Donnerleaks. En die bieden fascinerender lectuur dan de bewindslieden eigenhandig prijs zouden geven via zo’n onschuldig WOB’je.
|
Tergende hypocrisie
Van de tweehonderddertien woorden die het Regeerakkoord over had voor cultuur, waren er zeventien die oplichtten als goede feeën in een inktzwarte nacht: ‘De uitgaven aan behoud en beheer van cultureel erfgoed, bibliotheken en Nationaal Archief worden zoveel mogelijk ontzien.’
We lynchen de muzen, maar sparen hun skelet.
Zet de champagne nog maar even terug. De laatste weken blijkt namelijk dat van de duizend openbare bibliotheken er driehonderd verdwijnen. Zo sluiten er in Den Haag zes van de achttien buurtbiebs.
Hoe kan dat? Verantwoordelijk staatssecretaris Halbe Zijlsta (VVD) rekent het voor, in antwoord op Kamervragen. Aan bibliotheken betalen 'gemeenten circa € 450 mln., provincies circa € 40 mln. en rijksoverheid circa € 40 mln. De genoemde passage in het Regeerakkoord heeft betrekking op de uitgaven van de rijksoverheid.’
Zoiets voelt als een gesprek met een klantenservice. Je weet dat je opgelicht bent. Je weet ook dat je het met redelijkheid niet gaat redden. Je weet dat het zinloos is om tegen te werpen dat de gemeenten die € 450 mln. niet uit de zak van Sinterklaas halen, maar uit het Gemeentefonds, uiteraard gevuld door het Rijk. Je weet dat het zinloos is om op de tergende hypocrisie te wijzen dat juist waar het Regeerakkoord vaderlijk voor op zegt te komen de slachtbijl nu het diepste hakt.
Je weet dat je alles wat je weet te danken hebt aan bibliotheken. Je ziet jezelf als tien-, elfjarige op je fiets naar zo’n nu bedreigde buurtbieb gaan, waar je alles verslindt over elektrotechniek, planeten, seks, kruistochten en spijkerbroeken.
Je weet dat bibliotheken veel meer zijn dan uitleenmachines. Je ziet er mensen kranten lezen, internetten, flexwerken. Je kent verhalen van allochtone meisjes die er komen studeren omdat ze daar geen kans voor krijgen thuis, waar ze het huishouden moeten doen. Je herinnert je hoe je er Mulisch ontdekte, Nooteboom, Claus, Reve, en dat je gisteravond zelf als schrijver in het echt optrad in de bieb van Amersfoort, voor scholieren.
Je weet dat bibliotheken goede feeën zijn die oplichten in een inktzwarte nacht.
|
| Vanaf nu verschijnen hier de blogberichten, die u voorheen las op weijts.blogspot.com
|
 |
| |  |
|